Wat u moet weten als u gaat samenwonen


Wat u moet weten als u gaat samenwonen

Met dank aan de heer S. van Randwijck

Mensen gaan vaak samenwonen zonder na te denken over de juridische gevolgen. De juridische gevolgen worden soms pas duidelijk als de relatie voorbij is en mensen uit elkaar willen gaan. Met samenwonen wordt in dit artikel bedoeld: partners waarbij de ene partner bij de andere partner intrekt, of partners die een gezamenlijke woonruimte huren of kopen. Samenwonen is wat anders dan het geregistreerde partnerschap. Het geregistreerde partnerschap komt niet aan de orde in dit artikel. In dit artikel worden de juridische gevolgen na een relatiebreuk behandeld wat betreft de inboedel en andere persoonlijke spullen, zoals daar zijn: kleren, verzamelingen etc. De gevolgen wat, bijvoorbeeld, het belastingrecht of het huurrecht betreft, blijven onbesproken in dit stuk.

De Inboedel
De vraag is: wat betekent het begrip inboedel eigenlijk? De wet omschrijft het begrip inboedel. In de wet staat: het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken, met uitzondering van boekerijen en van verzamelingen van voorwerpen van kunst, wetenschap of geschiedkundige aard. Deze lange omschrijving moet worden uitgelegd. Eigenlijk heeft de wetgever het gewoon over meubels en andere voorwerpen, die gebruikt worden in de woning. Tafels en stoelen maar ook messen en vorken etc. behoren tot de inboedel van een woning. Voorwerpen van kunst, wetenschap of geschiedkundige aard behoren niet tot de inboedel van een woning. De inboedel bestaat altijd uit verschillende zelfstandige dingen. Deze voorwerpen worden in juridische taal roerende zaken genoemd.

Roerende zaken
Wat zijn roerende zaken eigenlijk? Als we strikt bij de inboedel en de persoonlijke spulletjes blijven, zijn het zaken die je kunt oppakken en meenemen. Ze zijn niet aan de grond gebonden volgens algemene opvattingen. In het kader van dit stuk is het van belang om uit te leggen hoe je eigenaar wordt van roerende zaken. Je kunt roerende zaken kopen. Roerende zaken kunnen geschonken worden aan iemand. Je kunt roerende zaken vinden; je kunt ze erven en zo zijn er nog meer manieren om een roerende zaak te krijgen. Om eigenaar van roerende zaken te worden, moeten de roerende zaken in de meeste gevallen wel geleverd worden. Hoe worden roerende zaken dan geleverd? De levering van roerende zaken vindt plaats door bezitsverschaffing. Wat is bezitsverschaffing eigenlijk? Om dat te begrijpen kijken we eerst naar het begrip bezit.

Bezit
Het bezit van een goed (in dit geval een roerende zaak) bekent dat je het goed voor jezelf onder je hebt. Om een voorbeeld te geven: de lezer, die op zijn leesstoel zit, heeft het goed onder zich. Hij kan met de leesstoel doen wat hij wil. Hij kan de leesstoel kapot maken. Hij kan hem oppoetsen enz. Als de lezer zijn leesstoel achterlaat bij een meubelmaker ter reparatie, is de meubelmaker houder. De meubelmaker heeft een overeenkomst met de lezer die inhoudt dat hij de leesstoel zal maken.

Bezitsverschaffing
In de wet staat over bezitsverschaffing het volgende: een bezitter draagt zijn bezit over door de verkrijger in staat te stellen die macht over de zaak uit te oefenen, die hij zelf kon uitoefenen. Eigenlijk staat hier in moeilijke taal dat, bijvoorbeeld, een verkoper van ijskasten de ijskast aflevert bij een huisadres. De koper kan als bezitter daarna doen wat hij wil met de ijskast. Hij kan het ding aanzetten; hij kan een deuk slaan in de ijskastdeur. Elke dag vindt er wel bezitsverschaffing plaats, denk aan de boodschappen, die in een boodschappentas worden gedaan. Bij roerende zaken vindt de levering plaats door bezitsverschaffing.

Er zijn nog meer manieren van levering van roerende goederen
Waarom moeten de verschillende manieren van bezitsverschaffing genoemd worden? Wel, deze verschillende manieren moeten genoemd worden, omdat er na een relatiebreuk ruzie kan ontstaan over roerende goederen. Hoe kan dat dan? Wel om uit te leggen hoe zoiets kan, worden er twee manieren van bezitsverschaffing/levering uitgelegd.

  • A verkoopt zijn fiets aan B. B is op dat moment niet in staat om de fiets op te halen. Afgesproken wordt dat A de fiets voor B zal houden. De bezitsverschaffing vindt plaats door middel van een afspraak. B wordt eigenaar/bezitter van de fiets. A moet ervoor zorgen dat er geen gekke dingen met de fiets gebeuren, totdat B de fiets komt ophalen. Nou mag de (ex) partner van A niet meer zonder toestemming van B op de fiets rijden, ook al hadden A en zijn (ex) partner dat voordien misschien afgesproken. De (ex) partner mag niet meer op die fiets rijden, omdat A geen eigenaar/bezitter meer is van de fiets. De (ex) partner bijt hier in het stof.
  • A brengt zijn fiets ter reparatie naar een fietsenmaker. A heeft eigenlijk schoon genoeg van zijn fiets. B zegt dat hij zijn fiets graag wil hebben. A zegt dat hij dat prima vindt. Bezitsverschaffing vindt plaats doordat A en B dat afspreken. De (ex)partner van A kan nu niet meer de fiets ophalen bij de fietsenmaker met het argument dat A de fiets aan de (ex)partner had uitgeleend. De fiets is verkocht en geleverd. De (ex) partner bijt in het stof.

De inboedel
De inboedel en de persoonlijke spullen van partners staan in een woning, die door de partners gezamenlijk bewoond wordt en daarmee begint het probleem wanneer er een einde aan de relatie komt, want bij het einde van een relatie moet de inboedel worden verdeeld. Immers, de partners willen dan niet langer samenwonen in een woning. Als een relatie langer duurt, wordt het moeilijker om te bepalen van wie wat is. Er komen bovendien steeds meer spullen bij. Hoe bewijs je van wie wat is? Bij roerende goederen bestaat er geen register dat je kunt bekijken. Aankoopbonnen en koopcontracten met een naam erop van de partner kunnen als bewijs dienen, maar dan kan een partner zeggen: “jij hebt dit en dat aan mij geschonken.” Als de partners er echt niet uitkomen en naar de rechter stappen, kan de rechter dan zeggen dat de roerende zaken gemeenschappelijk eigendom zijn. De rechter is vrij om te oordelen van wie wat is. Hij kan ook op verklaringen van andere mensen dan de partners afgaan. Veel moeilijker wordt het als een van de partners al uit de voormalige, gezamenlijke woning is vertrokken.

In de wet staat dat als je een goed onder je hebt (d.w.z. bezit), er vermoed wordt dat je dan eigenaar bent. Dat vormt dan een probleem als een partner uit de woning is vertrokken. Immers die partner heeft het roerende goed niet meer onder zich. Een voorbeeld ter verduidelijking: een man en een vrouw wonen al jaren samen. Op een gegeven moment vertrekt de man uit de woning van de vrouw. Een paar dagen later komt hij terug om zijn bankstel, zijn hond en nog wat spulletjes op te halen. De vrouw zegt tegen hem dat hij er niet in komt. De man krijgt zijn bankstel en de rest niet mee. De man laat het er niet bij zitten; hij stapt naar de rechter. Voor de rechter zegt de vrouw dat alles van haar is. De man had geen poot om op te staan, want hij kon verder niet bewijzen dat het bankstel van hem was. De rechter zei dat de spullen van haar waren, omdat ze in haar huis waren.

Samenlevingscontract
Ter voorkoming van problemen bij de verdeling van de inboedel en andere persoonlijke spullen is het verstandig om een samenlevingscontract te maken. In zo’n contract kunnen dan concrete afspraken over de verdeling gemaakt worden. Iedereen kan zo’n contract zelf maken. In sommige gevallen is het beter om naar de notaris te gaan, omdat de notaris wijst op dingen waar partners niet aan denken. Het notariële samenlevingscontract is ook van belang bij het partnerpensioen enz. Verder is het van belang om een lijst op te stellen waarin de dingen staan, die een partner al heeft en meebrengt naar de gezamenlijke woning, ongeacht of partners een notarieel samenlevingscontract opstellen of dat ze een niet-notarieel samenlevingscontract opstellen.

Met dank aan de heer S. van Randwijck